Veelgestelde vragen

Als het goed is hebben inmiddels alle bewoners het verslag ontvangen. Mocht dat niet zo zijn, dan horen we dat graag.

Bij een wijziging van een waterstaatswerk – zoals de versterking van de dijk tussen Wolferen en Sprok– is het projectplan Waterwet verplicht. Hierin staan de werkzaamheden voor de dijkversterking beschreven.

 

In grote lijnen is dat:

  • De aanleiding van de dijkversterking: waarom is de  dijkversterking nodig.
  • Een toelichting van het plangebied: de locatie en de lengte van het te versterken dijktraject met een beschrijving hoe de huidige dijk er uit ziet en is opgebouwd.
  • Uitleg van het nieuwe dijkontwerp. Hoe zijn we tot dit ontwerp is gekomen, welke afwegingen speelden daarbij een rol. Plus een beschrijving op hoofdlijnen hoe we de dijkversterking gaan uitvoeren.
  • De effecten van de dijkversterking op het milieu, bijvoorbeeld op de waterveiligheid, de natuur en het landschap.
  • De procedure. Wanneer is het (ontwerp) projectplan Waterwet openbaar (lees: ter inzage legging). Wanneer en hoe kunt u er zienswijzen op indienen.
  • Het beheer en onderhoud van het nieuwe dijkontwerp.
  • Omgevingsmanagement. Een beschrijving van de samenwerking tussen verschillende bevoegde gezagen (zoals gemeenten, provincie, Rijkswaterstaat en het waterschap). En hoe zijn omwonenden betrokken bij het hele proces  tot nu toe.
  • De grondverwerving. Hoe wordt de aankoop geregeld van gronden die nodig zijn voor de realisatie van de dijkversterking
  • Schadeafhandeling. Waar kunnen mensen terecht als zij schade ondervinden vanwege de dijkversterking.

Planproducten maken de besluitvorming mogelijk. Naast het projectplan Waterwet gaat het om vergunningen, bestemmingsplannen en een milieueffectrapport (MER). Deze producten vallen allemaal onder de verzamelnaam planproducten.

De Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland moeten het projectplan Waterwet goedkeuren. Deze goedkeuring is de reden dat er een MER wordt opgesteld. Het MER ‘hoort’ in die zin dus bij het projectplan Waterwet.

Het projectplan Waterwet, de vergunningen en de bestemmingsplannen zijn zelfstandige besluiten die met elkaar samenhangen. In dit geval wordt er voor deze besluiten gebruik gemaakt van een gecoördineerde procedure.

In de gecoördineerde procedure liggen het projectplan Waterwet, de vergunningen en de bestemmingsplannen gezamenlijk en dus gelijktijdig ter inzage. Zo houden we voor iedereen de procedure en besluitvorming overzichtelijk.  

Het ontwerp projectplan Waterwet, de ontwerpbesluiten vergunningen en de ontwerpbestemmingsplannen worden tegelijkertijd gepubliceerd en zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunt u een zienswijze indienen. We lezen uw zienswijze en onderzoeken of er een aanleiding is voor een aanpassing. In de Nota van Antwoord beantwoorden we alle zienswijzen. Daarna wordt het projectplan Waterwet vastgesteld door waterschap Rivierenland en ter goedkeuring verzonden aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Aansluitend liggen het definitieve projectplan Waterwet, de definitieve besluiten vergunningen en de definitieve bestemmingsplannen wederom ter inzage. Gedurende zes weken kunnen belanghebbenden, die eerder een zienswijze hebben ingediend, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Voordat het ontwerp projectplan Waterwet ter inzage ligt, organiseren we een informatiebijeenkomst met onder andere een presentatie en gelegenheid voor vragen. De bijeenkomst zal vanwege de corona maatregelen online zijn. U ontvangt daarvoor tijdig een uitnodiging. De presentatie kunt u naderhand ook op deze website nalezen.

Een zienswijze is een reactie op de ontwerp-stukken die ter inzage liggen. In uw zienswijze geeft u gemotiveerd aan waar u het, geheel of gedeeltelijk, niet mee eens bent. Iedereen kan een zienswijze indienen.

Het zal vanaf medio oktober 2020 zes weken ter inzage liggen.

 

Dit wordt aangekondigd in huis-aan-huisbladen, op de websites van het bevoegd gezag (de provincie, het waterschap, Rijkswaterstaat, de gemeenten en op deze website. De provincie Gelderland (als coördinerende bevoegd gezag) zorgt voor de publicatie (aankondiging).

Zodra het ontwerp projectplan Waterwet ter inzage ligt, is het digitaal in te zien op de websites van de provincie, het waterschap en de gemeenten en op deze website.

Verder liggen er papieren exemplaren bij Waterschap Rivierenland (Blomboogerd 1 in Tiel), in het projectkantoor (Koppelingsweg 10 in Andelst), bij het Huis der Provinciehuis van de provincie Gelderland  en bij de gemeentehuizen van de betreffende gemeentes (Neder-Betuwe, Overbetuwe, Nijmegen en Lingewaard).

Dit kan zowel schriftelijk als mondeling bij de provincie Gelderland, gedurende de zes weken dat de ontwerpbesluiten ter inzage liggen. In de aankondiging vindt u de verschillende mogelijkheden en de contactgegevens.

U kunt een zienswijze indienen over alle onderwerpen die behandeld worden in het ter inzage gelegde ontwerp-Projectplan Waterwet, de ontwerpbesluiten vergunningen en de ontwerpbestemmingsplannen.

Tijdens de ter inzage legging kunt u naar een van de inloopbijeenkomsten komen voor uitleg en/of hulp bij het indienen van een zienswijze. Waar en wanneer laten we u nog weten.

U kunt ook een afspraak maken. Stuur hiervoor een email naar M.SecretariaatWoS@wsrl.nl of bel met de omgevingstelefoon 06-51469206.

We gaan uw zienswijze lezen en onderzoeken of er een aanleiding is voor een aanpassing. Uw zienswijze nemen we op in een Nota van Antwoord, waarin we gemotiveerd aangeven of uw zienswijze aanleiding is geweest tot aanpassing.

Uw zienswijze beantwoorden wij in een Nota van Antwoord. De Nota van Antwoord voegen we toe aan het definitief projectplan Waterwet, definitieve vergunningen en definitieve bestemmingsplannen. Zodra  deze definitieve besluiten  ter inzage gaan, kunt u zien hoe wij uw zienswijze hebben beantwoord, en er aanleiding was tot aanpassing van de ontwerpbesluiten.

 

Als u een zienwijze heeft ingediend op de ontwerpbesluiten en u bent het niet eens met de beantwoording hiervan, dan kunt u tijdens de ter inzage legging van de definitieve plannen/besluiten beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Na de ter inzage legging van het ontwerp projectplan Waterwet kan het plan nog wijzigen. Zienswijzen kunnen hiervoor aanleiding zijn. In de Nota van Antwoord wordt gemotiveerd aangegeven of een zienswijze reden is tot wijziging van het projectplan Waterwet. Verder heeft het projectplan Waterwet geen voorlopig karakter. Na vaststelling van het projectplan Waterwet wijzigt deze in beginsel niet meer.

Het projectplan Waterwet is definitief, nadat het is vastgesteld door het Waterschap Rivierenland. Na vaststelling wordt deze ter goedkeuring voorgelegd aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Vervolgens ligt het projectplan Waterwet ter inzage en is het mogelijk om beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State. Pas als er geen beroep is ingesteld of eventuele beroepen zijn afgehandeld, is sprake van een onherroepelijk projectplan Waterwet en kan deze niet meer wijzigen.

We hebben tijdens de ter inzage legging drie inloopmomenten waarbij we u kunnen helpen met uw zienswijzen of andere vragen kunnen beantwoorden. Deze inloopmomenten zijn op 13, 20 en 27 oktober van 19u tot 22u. In verband met de aangescherpte Corona-maatregelen (29-09-2020) zullen deze inloopmomenten digitaal gefaciliteerd worden. Wilt u een digitale afspraak maken, stuur dan een mail naar m.secretariaatwos@wsrl.nl.

In principe is dit niet het geval. Mocht u het idee hebben dat er andere informatie in de producten staat dan eerder is besproken, dan horen wij dit graag zo snel mogelijk.

De tekeningen die nu ter inzage komen te liggen zijn ook de tekeningen waarmee de grondverwervers in principe aan de gang gaan. Op basis van een ingediende zienswijze kan er nog een wijziging in optreden in de definitieve plannen.

Het nemen geen maatregelen om kwel het tegen te gaan. Dit is geen onderdeel van de projectopgave Wolferen-Sprok.

Ja, hiervoor is een modelstudie uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er bij een hoog- en laagwater situatie een minimale wijzing in grondwaterstand en in hoeveelheid kwel optreedt. De resultaten van de modelstudie zijn uitgewerkt in de Analyse barrièrewerking Wolferen Sprok. Deze is beschikbaar tijdens de ter inzage periode die in oktober is gepland. 

Het effect op de grondwaterstanden en de kwelhoeveelheid is minimaal , het gaat om enkele centimeters is is naar verwachting niet meetbaar. Ook de locatie waar de kwel aan het oppervlakte komt wijzigt niet merkbaar.

De damwanden en schermen die verticaal in de dijk geplaatst zullen worden leiden tot een minimale grondwater beïnvloeding. Dit komt omdat de damwand het watervoerend pakket, waar de grondwaterstroming plaats vindt voor een klein deel afsluit. De constructie heeft een remmende werking op de beweging van het grondwaterwater. Bij hoogwater wil het grondwater richting het binnenland trekken en werkt de constructie remmend, en zal het minder stijgen dan dit normaal zou doen zonder constructie. Bij laagwater beweegt het grondwater van het binnenland naar de rivier en hier werkt de constructie wederom remmend, en kan het water minder snel terug dan zonder constructie.

Nee, de kwelsituatie blijft bestaan, maar wordt niet slechter dan nu. Het oplossen van eventuele kwelproblematiek is geen onderdeel van de waterveiligheidsopgave voor het dijktraject Wolferen-Sprok

Kwel is grondwater dat onder druk uit de bodem komt. In het algemeen ontstaat kwel door een ondergrondse waterstroom van een hoger gelegen gebied naar een lager gelegen gebied. Voor een dijk geldt dat bij een hoogwater situatie op de Waal er grondwaterstroming plaatsvindt vanaf de rivier naar het binnenland (binnendijks) in de watervoerende zandlaag. Bij een situatie waar er een lage waterstand in de Waal optreedt, zal er een tegenovergestelde grondwaterstroming ontstaan (van binnendijks naar de rivier).

Langs het dijktraject gaan we kunststof en stalen damwanden plaatsten om ‘piping’ en ‘macrostabiliteit’ tegen te gaan. Bij piping kan water en zand door een kanaaltje onder de dijk worden meegevoerd waardoor de dijk kan gaan verzakken. Bij macrostabiliteit kan de dijk ook verzakken. De damwanden/schermen gaan het kanaaltje en het verzakken tegen.

Door het aanleggen van stabiliteitsbermen verandert de hoeveelheid kwel niet, maar verplaatst zich.

Hiervoor is een modelstudie uitgevoerd waar onderzocht is of op locaties langs het dijktraject er wijzigingen in kwel op zullen treden. Op basis van de verwachte minimale wijzigingen in grondwaterstand en kweldebiet is een inventarisatie en beoordeling uitgevoerd van de effecten die dit heeft op de omgeving. Er is onderscheid gemaakt in: agrarisch gebruik, ecologie en bouwkundige effecten. De effecten zijn verwaarloosbaar.  Mocht er op uw perceel een aanwijzing zijn dat dit leidt tot onacceptabele problemen, dan zullen we dit per situatie beoordelen. In overleg zullen we bekijken wat op uw perceel een passende oplossing is.

.

In beginsel nemen we geen maatregelen om deze situatie te voorkomen. Maar als er hierdoor op uw perceel onacceptabele problemen ontstaan, dan zullen we die beoordelen. In overleg zullen we bekijken wat op uw perceel een passende oplossing is.

Als er in de huidige situatie sprake is van kwelwater of hemelwater nabij uw woning, dan zullen we dat effect niet standaard oplossen. Door de aanleg van de stabiliteitsberm verwachten we dat kwelwater verder landinwaarts zal optreden en tot minder overlast zal leiden. Bij een hevige bui en verminderde infiltratie in de bodem blijft de kans bestaan dat hemelwater, over een groter oppervlak kan toestromen. Mocht er op uw perceel een aanwijzing zijn dat dit leidt tot onacceptabele problemen, dan  zullen we dit per situatie beoordelen. In overleg zullen we bekijken wat op uw perceel een passende oplossing is.

Het waterschap versterkt bij voorkeur met grond. Dat is het duurzaamst, meest robuust en goedkoopst. Er zijn gevallen waar dat niet kan. Bijvoorbeeld als er onvoldoende ruimte is vanwege huizen of waardevolle natuur, of dat er bijvoorbeeld gasleidingen in de bodem zitten. In die gevallen werken we vaak met een constructie. Vanwege de  ruimtelijke kwaliteit kan het ook zijn dat we voor een klein stuk dijk kiezen voor een constructie.

Dat is aan het einde van ontwerploop 3 (mei 2020) bekend.

De komende jaren wordt de noordelijke Waaldijk tussen Gorinchem en Nijmegen versterkt. Dit is een uitgelezen kans om de uitstraling van de dijk een impuls te geven en de beleving te vergroten. Een Waaldijk met een gastvrij karakter, waar de fiets de hoofdgebruiker is en de auto te gast. Daarom hebben de gemeenten West Betuwe, Tiel, Neder-Betuwe, Overbetuwe, Nijmegen en Lingewaard met Waterschap Rivierenland, Provincie Gelderland en de ANWB het initiatief genomen om er gezamenlijk een ‘Gastvrije Waaldijk’ van te maken. Een 80 kilometerlange dijk met één uitstraling en dezelfde kenmerken.

De Gastvrije Waaldijk is niet alleen een route maar ook een bestemming op zichzelf. De dijk is een samenbindende lijn, niet alleen als grens tussen binnen- en buitendijks, maar juist ook als entree tot de uiterwaarden en het Waal-landschap. Dorpen hebben dorpsboulevards aan de rivier. Dijkopgangen zijn vormgegeven als herkenbare entrees.

De verhalen over waterveiligheid, het rivierpark Waal (de inrichting van de uiterwaarden) én de scheepvaart zijn leidend bij de rustpunten langs de dijk.

Nu er meer zicht is op de financiering kunnen de ontwerpteams van de dijkversterkingsprojecten de uitgangspunten voor de ontwikkeling van de Gastvrije Waaldijk gebruiken in de doorontwikkeling van hun ontwerp. Hierbij nemen zij de al eerder ingebrachte wensen van bewoners mee over bijvoorbeeld bankjes, bloemrijke dijken of uitkijkpunten. Zo wordt de Gastvrije Waaldijk ontworpen als een dijk waaraan bewoners, bedrijven en belanghebbenden hebben meegedacht en meegewerkt.

Het ontwerp houdt uiteraard rekening met verkeersveiligheid en beleefbaarheid. De nieuwe dijk wil rust en robuustheid uitstralen met alleen de noodzakelijke bebording en eenvoudige kleuren.

Juist de binnendijkse kant van de dijk voldoet niet aan de normen en is afgekeurd. (In vakjargon: de macrostabiliteit binnenwaarts is niet toereikend). Hierdoor kan de dijk aan de binnenkant afschuiven en is een oplossing aan de binnenzijde van de dijk nodig.  Een maatregel buitendijks draagt hier niet aan bij.

 

De damwandplanken worden via hoogfrequent trillen (HT) aangebracht. De planken worden er dus niet “ingeslagen”. We monitoren dit met aan de woning bevestigde meters, die de trillingen registreren.

De exacte lengte van de planken  en de positie zijn op dit moment nog niet bekend. In de keukentafelgesprekken hebben we  aangegeven dat de positie van de constructie in de dwarsprofielen (tekeningen) indicatief is. We verwachten dat  in mei 2020 lengte én positie definitief bekend zijn.  

De damwanden op de afbeeldingen, zoals we die met u besproken hebben aan de keukentafel,  zijn op dit moment nog indicatief. Het is dus nog niet precies duidelijk waar in het talud de damwand geplaatst wordt. Tot mei 2020 wordt hier nog aan gerekend. De uitkomst hiervan heeft geen effect meer op het ruimtebeslag. Eenheid van de dijk met de omgeving en het behouden van de huidige vorm van de dijkzijn zijn punten uit het ruimtelijk kwaliteitskader waar we zeker aandacht voor hebben.

Daar waar het kan, kiezen we voor een grondoplossing. Dat is het duurzaamst en goedkoopst en meest robuust. 

We gaan een excursie organiseren naar een project waar we de werkzaamheden bij de dijk kunnen laten zien. Dat zal niet in de directe omgeving van Slijk-Ewijk zijn, omdat zich hier de situatie (nog)  niet voorgedaan. Deze excursie krijgt overigens een algemeen karakter zodat ook andere dijkversterkingsprojecten kunnen aanhaken. Zodra een datum bekend is laten we u dit weten.

De taxatie van een woning vormt geen onderdeel van de nulmeting. Als  u denkt dat uw woning minder waard wordt door de dijkwerkzaamheden, kunt u dit bespreken met de grondverwerver.

Voordat de werkzaamheden starten laten we een bouwkundige opname maakt. De rapportage sturen we digitaal naar de eigenaar van de woning.

Voor de inspectie van de waterkering moet het waterschap op de grondberm kunnen komen. Ook als deze grond in eigendom is van iemand anders. Daarom maakt het waterschap daarover afspraken met de grondeigenaar (erfdienstbaarheid).

Bij een constructie in de dijk is erfdienstbaarheid niet aan de orde. Het talud met de constructie, is altijd in eigendom van het waterschap.

Over de gehele steunberm, van maaiveld tot aan de beheerstrook (eigendom WSRL) wordt een zakelijk recht gevestigd. Kortom, daar waar de grond onderdeel is van de waterkering wordt een zakelijk recht gevestigd.

De aannemer is in een bepaalde periode het eerste aanspreekpunt; dat is contractueel vastgelegd. Voor dijkversterking WoS is het waterschap na die periode uw aanspreekpunt .

We adviseren u na te vragen of bijkomende effecten van de (neven)projecten gemonitord worden. Zo wordt het gemakkelijker om onderscheid te maken tussen de effecten die het gevolg zijn van óf het ene project óf het andere project.

De termijnen van planschade (ook wel nadeelcompensatie genoemd)  en bouwkundige schade verschillen:

  • De termijn voor het claimen van planschade/nadeelcompensatie is nog niet duidelijk. Maar het is aannemelijk dat dit 5 jaar na vaststelling van het Projectplan Waterwet (PPWW) zal zijn. Zodra hier uitsluitsel over is laten we u dit weten.
  • Voor de bouwkundige schade geldt geen eindtermijn. Maar hoe langer u wacht met het melden van schade, hoe moeilijker het is om het causale verband met de dijkwerkzaamheden aan te tonen (en het waterschap gemakkelijker een schade zal afwijzen)

In oktober/november 2019 voerden we een hoogtemeting uit. Door hoogteboutjes op verschillende plaatsen in de woning aan te brengen, kregen we de “beweeglijkheid” van de ondergrond in beeld. Dat is de nulmeting (referentiemeting) die we ruim vóór de werkzaamheden uitvoerden.

Stel dat er tijdens de uitvoering van de dijkversterking schade ontstaat, die samen gaat met grote en significante  afwijkingen van de referentiemetingen. Dan is het aannemelijk dat er een causaal verband is met de dijkwerkzaamheden.

 

Tijdens het aanbrengen van de damwandplanken monitoren we op trillingen, en zorgen we dat de normen niet worden overschreden. Toch kunnen we niet uitsluiten dat er schade ontstaat.
Als de trillingsnorm langdurig wordt overschreden, leggen we de werkzaamheden stil  en gebruiken we een alternatieve methode om de constructie alsnog op diepte aan te brengen.

De duur van de werkzaamheden is per locatie/woning verschillend. Dit hangt af van het type maatregel. De voorbereidende werkzaamheden zijn steeds het afroven/graven van het bestaande dijktalud en de vrijkomende materialen tijdelijk in een depot naast het werk zetten.

Versterken met grond
Een dijkversterking met alleen grond is het makkelijkst en duurt het kortst. De hoogte en breedte van de berm bepalen de snelheid waarmee deze aangelegd kan worden. Maar ook een kleine berm vraagt voorbereiding en tijd.

Constructie
Als de oplossing een constructie is, komt er meer bij kijken. Na de voorbereidende werkzaamheden richten we het opstelplateau voor de heistelling in en graven de sleuf voor de constructie. Daarna voeren we de heistelling en de damwandplanken aan.  De snelheid van het inbrengen van de planken hangt af van de lengte van de plank en van de weerstand die de plank in de ondergrond ondervindt. Om een indruk te geven:  er is één dag nodig om 15 m planken te plaatsen met een planklengte van 10 meter in een “makkelijke” ondergrond. Overigens de exacte lengte van de planken  en de positie zijn op dit moment nog niet bekend. In de keukentafelgesprekken hebben we  aangegeven dat de positie van de constructie in de dwarsprofielen (tekeningen) indicatief is. We verwachten dat  in mei 2020 lengte én positie definitief bekend zijn.  

Na het inbrengen van de planken wordt eerst de heisleuf aangevuld en bouwen we laag voor laag het nieuwe dijktalud en/of berm op. Dan brengen we de bovengrond aan en zaaien het talud in.

Logistiek is het niet vanzelfsprekend dat alle werkzaamheden in een keer worden uitgevoerd. Dit hangt van de interne grondstromen, van het (gesloten) seizoen en de voortgang van de constructies De werkzaamheden kunnen hierdoor even stil komen te liggen.

Conclusie
Verschillende factoren bepalen de duur en snelheid van de werkzaamheden per woninglocatie. Het is onmogelijk om daar vooraf een concrete uitspraak over te doen.

Het materieel,  zoals de machines, voeren we met diepladers (vrachtwagen met aanhanger) aan.

Verder proberen we de grondstoffen (bijvoorbeeld klei en zand) die vrijkomen op de ene locatie zoveel mogelijk toe te passen op een andere locatie binnen het werk. Dit noemen we interne grondstromen. Hiervoor gebruiken we dumpers op speciale transportroutes langs de dijk en met veilige kruizingen.
De materialen/grondstoffen van buiten het project worden zoveel mogelijk via het water aangevoerd. Zo beperken we de overlast en onveilige situaties in de dorpskernen. Maar er zijn uitzonderingen, zoals het asfalt voor het nieuwe wegdek. Dat kan niet over water worden aangevoerd omdat het dan teveel afkoelt voor het verwerkt kan worden. Asfalt moeten we dus aanvoeren over de weg.
 

Op dit moment schrijven we aan de uitvoeringsplannen en hebben we overleg met gemeentes over omleidingsroutes. Die zullen naar verwachting in  mei 2020 bekend zijn. Ook kijken we naar de bereikbaarheid op perceel niveau.  Bewoners en bedrijven worden hierover benaderd als hun medewerking nodig is.

De bewegwijzering  naar percelen loopt via de omleidingsroutes, dit hangt af van de medewerking van de gemeentes. Te veel extra bewegwijzering komt de duidelijkheid (en dus ook veiligheid) van een omleidingsroute niet ten goede.

Met een constructie (bijv een damwand) of een steunberm maken we de dijk stabieler. Door de bermen of dijk  laag voor laag op te bouwen en te verdichten ontstaat een veilige nieuwe dijk. De aansluiting van de nieuwe berm op de bestaande is trapsgewijs/ingetand. De kans dat het nieuwe grondlichaam gaat afschuiven wordt hierdoor minimaal.

Kort na de versterking is de graszode aan de buitenkant van de dijk nog niet optimaal. Als er dan toch hoogwater komt, bestaat de kans op uitspoeling van de vers aangebrachte (klei)grond. Om dit te voorkomen plaatsen we speciaal en met krammen vastgezet doek in het buitentalud van de dijk. Dit is ook beschreven in het hoogwatercalamiteitenplan.  

Cookie-instellingen